stilleven met citroen van oscar van rompay
Stilleven met citroen van de Lierse kunstschilder Oscar van Rompay

‘Plus grand que van Gogh’

30 juli 2022

I saw rock and roll future and its name is Bruce Springsteen.’ Jon Landau schreef op 22 mei 1974 deze woorden in de ‘Boston Real Paper’. Deze recentie lanceerde de carrière van The Boss. Tot dan was Bruce een lokaal fenomeen in en rond New Jersey. Maar die quote opende de poort naar het grote publiek. Dat genoegen heeft Oscar Van Rompay nooit kunnen smaken. Oscar wie? Inderdaad, het talent van deze kunstschilder is ergens blijven hangen in en rond het Vlaamse provinciestadje Lier. Nochtans had Oscar -in mijn jeugdige verbeelding- iets van een rock’n roll ster. Met zijn baret en zijn ribfluwelen broek oogde hij misschien weinig hip, maar met zijn gebaren en zuiderse retoriek had hij als wereldster zeker kunnen schitteren.

Oscar Van Rompay heeft mijn jeugd gekleurd. Veel meer nog met zijn verhalen dan met zijn tekeningen en schilderijen. In de kleine keuken van mijn grootouders gaf hij geregeld ongevraagd zijn mening over het reilen en zeilen in Lier en de rest van de wereld. En dan begonnen mijn oortjes te gloeien. De gasstoof ronkte als een basgitaar en zorgde voor een ritmische tweede partij van de verhalen die Oscar rond de tafel componeerde. ‘Je suis plus grand que van Gogh’. Het rolde allemaal over zijn tong en uit zijn mond. Ik wist als 10-jarige in de verste verte niet wie die van Gogh was, maar ik was elke keer opnieuw gefascineerd door het discours van Oscar. Hij sprak met passie. Niet alleen over van Gogh, ook over El Greco en Velasquez. Hij kon zo gepassioneerd vertellen over de kleurenpracht van het Catalaanse Collioure dat je meteen op de trein wou springen om naar Zuid-Frankrijk te sporen. Oscar leverde ook telkens hetzelfde refrein. ‘N’ayez confiance en personne’ (een citaat van Charles de Gaulle) was zijn favoriete oneliner.

Misschien is daar ook mijn interesse voor schilderkunst gegroeid. Overal waar ik vermoed dat er een interessant doek hangt, laat ik mij naar toe zuigen. Een evidentie dus dat ik enige tijd geleden de tentoonstelling Rembrandt-Velasquez bezocht in het Rijksmuseum In Amsterdam. Daar werd toen een van de (vele) raadsels uit mijn jeugd opgehelderd. Nu begrijp ik eindelijk waarom ik zo gefascineerd was door een schilderij van Oscar dat bij ons in de woonkamer hing. Een stilleven met citroen. Als je er vanop een neuslengte afstand naar kijkt, is de citroen niet meer dan een centimeter dikke, behoorlijk donkere, klodder verf. Maar wanneer je enkele passen achteruitzet en het doek vanop enkele meters afstand bewondert, valt het volle licht tussen het schilderij en je netvlies. Dan voltrekt zich een klein mirakel: de obscure brij wordt een lichte, volrijpe citroen die je zo wil vastpakken en uitknijpen op een smakelijke garnaalkroket. In het Rijksmuseum zag ik meerdere citroenen passeren. De audiogids leerde me dat de schilderijen van de 17de eeuw bol van symboliek staan. Citrusvruchten verwijzen naar Venus, de klassieke godin van de liefde. De citroen staat, vanwege zijn bittere smaak, voor zure liefde en valse vriendschap. Oscar kende dus wel degelijk zijn klassiekers.

Oscar Van Rompay werd geboren, leefde, werkte en overleed in Lier tussen 25 augustus 1899 en 30 april 1997. Ik lees in de zeldzame biografieën die over hem verschenen dat hij zijn artistieke basisvorming kreeg aan de Lierse Tekenschool, de Antwerpse Academie en in het atelier van Louis Biloul in Parijs. Daar frequenteerde hij ook het atelier van Maurice Denis. Maar als iemand buiten Lier Oscar kende, was dat voornamelijk dankzij zijn vriendschap met schrijver en stadsgenoot Felix Timmermans.

 Timmermans is wel tot ver buiten zijn stadsgrenzen bekend geworden onder meer met zijn vitalistische bestseller ‘Pallieter’ uit 1916 over een onovertroffen levensgenieter. Felix schreef in zijn roman ‘Schoon Lier’ over zijn vriend Oscar. ‘Spaans van uitzicht, gebruind van vel, zwart van haar en vinnig van oog staat Van Rompay te schilderen. En ’t Spaans bloed klapt in de kleuren. ’t Is hevig en juichend van kleur: hoe heviger hoe liever, ’t moet gloeien en glanzen en vonkelen’.

Gaston Durnez, auteur en journalist bij de krant De Standaard beschreef in 2009 de vriendschap tussen Oscar en de Franse auteur Eugène Dabit. Ze correspondeerden en bezochten elkaar. De invloed van deze zoekende, eerlijke Fransman op Van Rompay was belangrijk. Ook Dabit werkte (net als Oscar) in het atelier van Biloul. In die periode begon hij aan zijn eerste boek, ‘Petit Louis’, waarin hij ervaringen in het oorlogsleger verwerkte. Kort nadien ontmoette Dabit ene André Gide, toen al een grote naam in de literatuur, en kwam hij terecht in de kringen van progressieve auteurs, zoals Roger Martin du Gard, de latere Nobelprijswinnaar. Dabit was amper 37 jaar toen hij stierf tijdens een reis naar de Sovjet-Unie. Volgens Felix Timmermans heeft vooral de zoektocht van Dabit naar ‘een definitie van schilderkunst’ een cruciale invloed gehad op de artistieke visie van Oscar. Dabit zocht in de schilderkunst niet ‘de kunst’ noch ‘het verhaal’, hij zocht het zuivere schilderen. Volgens Timmermans vat dit hun visie samen: ‘Mystiek is: God in de verf trekken!’ Of nog: Een goed geschilderde haring kan zo mystiek zijn als een engel.’

Oscar wist welke kringen hij moest frequenteren. Hij reisde vaak naar het Frans Catalaanse Collioure in het verfspoor van Henri Matisse en André Derain die daar in 1905 waren aangeland en er, dankzij de felle zon van de Middellandse Zee, het zogenaamde ‘fauvisme’ uitvonden. Volgens sommigen kreeg Oscar daar in Zuid-Frankrijk wel wat schouderklopjes voor zijn werk, maar nooit de erkenning waar hij beslist op hoopte. Had het met zijn visie te maken? Of de manier waarop hij er zijn toehoorders mee overdonderde? Aan zijn productiviteit zal het alleszins niet gelegen hebben. Sinds zijn huwelijk in 1926 met Jeanne Van der Wee, dochter van een welgestelde schoenenfabrikant, kon Oscar zich zonder financiële beslommeringen aan de schilderkunst wijden. Het echtpaar had ook geen kinderen die voor enige afleiding zorgden. Tijdens het interbellum was hij dan ook bijzonder productief.

Uitroepen dat je groter bent dan Van Gogh: Oscar wist hoe hij aandacht moest trekken, was ook op het juiste moment op de juiste plaats en kende de juiste mensen. Maar hij was ook wat de Fransen ‘un caractère’ noemen: drammerig over zijn eigen groot gelijk. En dan maakte hem niet bij iedereen geliefd. Ook niet in zijn eigen stadje. Bovendien was Oscar aanhanger van een zeer traditionele benadering van de schilderkunst. Hij heeft nooit aansluiting gezocht bij het opkomende dadaïsme, of het surrealisme van zijn tijdgenoot René Margritte.

Ik vraag me nu even luidop af waarom ik me verdiep in leven en werk van een lang overleden vriend van mijn nog langer overleden grootouders. Nieuwsgierigheid! Dat moet het zijn! Ik wil niet alleen grasduinen in zijn verleden, maar ik wil ook wel eens weten of zijn oeuvre enige waarde heeft. Vandaag alleszins (nog) niet. ‘Maar wat niet is, kan nog komen’, hoor ik mezelf hopen. Want sinds het overlijden van mijn vader in 2015 bezit ik een kleine collectie originele werken van Oscar. Dat komt zo: mijn vader was advocaat en toen Oscars vrouw Jeanne in 1981 overleed, stond hij enkele dagen na de begrafenis op de arduinen trappen van de Franse villa van mijn ouders. Oscar en zijn vrouw waren eigenaar van tientallen huizen en hadden blijkbaar toch wat processen lopen tegen wat hij noemde ‘moeilijke huurders.’ Papa stemde toe om voor Oscar op te treden in ruil voor enkele tekeningen en schilderijen. Dat aantal liep ‘procesgewijs’ op tot meer dan 40. Bij het overlijden van mijn vader zijn er een 10-tal in mijn bezit gekomen.

Bij Veilinghuis Bernaerts in Antwerpen is begin deze eeuw een veiling gehouden met ondermeer het werk van Oscar. De werken waren eigendom van dokters, advokaten, notarissen en enkele journalisten. Oscar had duidelijk ook hun diensten ‘betaald’ met zijn artistiek werk. Ik las in de krant dat de werken ‘werden ingehouden’ omdat ze niet het vooropgestelde bedrag opleverden. De reden? Volgens de veilingmeester een gebrek aan bekendheid van de artiest.

Kan een overleden kunstschilder postuum uit zijn eigen schaduw treden? Ik vrees er voor. Al is volgens mij niets onmogelijk. Ik beveel in ieder geval iedereen aan om eens een bezoek te brengen aan het prachtige Huis van Oscar (huisvanoscar.be) aan de Vismarkt in Lier. Het voelt alsof Oscar en Jeanne en hun huishoudster Mit Drijbooms er pas gisteren de witgelakte voordeur met koperen knop achter zich dichtrokken.

Oscar kan zichzelf niet meer de hemel in oreren. Maar misschien staat er nog een Vlaamse Jon Landau op die het licht ziet, zijn pen grijpt en het onmiskenbare vertel en artistiek talent van Oscar bejubelt in een gerenommeerd kunsttijdschrift? ‘Plus que grand que van Gogh’ hoeft niet noodzakelijk voor eeuwig een loze kreet te blijven. Toch?

Contact wordt sterk aangemoedigd

Uiteraard zijn reacties zeer welkom. Meer nog, ze dienen als basis voor een nieuw (kort) verhaal. Noteer wat je goed, slecht of subliem vindt en wacht dan maar af. Het kan altijd even duren, maar het komt er zeker van!

Schrijf een reactie